De koeienhel van Dever


Echt welkom was ik niet. Het liefst hadden zij mij direct weg geschopt.  Wat moesten ze met die pottenkijker uit Amsterdam. Logisch. Op de veeveiling van Devers, hartje Texas gebeuren zaken waarvan die twee meiden van de Partij van de Dieren onmiddellijk in de stress schieten. Het koor van loeiende koeien en het sinistere gemekker van geiten, wat van ver te horen was, klonk nou niet echt vol levensplezier.
Megalomanie is in Texas een vorm van levenskunst.  Op een groot bord langs de weg, staat dat alles in the Lone Star State véél groter is dan elders. Dan moet je ook niet raar opkijken van de enorme omvang van de Devers veeveiling. Op de parkeerplaats staan honderden veetrailers. De veilingtribune is een aardige afspiegeling van de bevolking. Té dikke mannen met enorme Stetson op het hoofd zitten heup aan heup te luisteren naar de ratelende veilingmeester.

In de zaal slaat een stalen deur open. Met veel geschreeuw wordt een dartelend en pas geboren kalfje naar binnen gejaagd. Met een raar jengelend stemgeluid gaat de veilingmeester los. Voor zestig dollar wordt het diertje gekocht door een muizige vrouw op westernlaarzen. Het echte spektakel, wat het daglicht niet kan velen, vindt plaats in de stallen achter de veilingzaal, waar fotograferen verboden is.
In een labyrint van stalen boxen wachten honderden koeien voorzien van een nummer tot ze onder ‘de hamer’ komen. Kalfjes die niet snel genoeg zijn worden letterlijk in de nek gegrepen en achter de deur gegooid. Tussen de boxen in cowboys op hun paard die met veel geschreeuw, slaan, maar ook met stroomstokken het handelswaar de veilingzaal injaagt. Zo moet de koeienhel er dus uit zien. Raar, maar we hebben opeens een hartgrondige hekel aan die boerenlullen met hun rare hoeden.
Het verderop gelegen Montgommery spoelt de vieze smaak weer enigszins weg. Montgommery heeft dan ook een aardig stukje lokale geschiedenis. De dorpsstraat oogt authentiek negentiende eeuws. Een voormalig postkantoortje, kruidenier én de bank, waarin nu antiekzaakjes zitten, kunnen zo als decor van en westernfilm dienen. De bank, uit het begin van de twintigste eeuw, was opgericht voor en door de omliggende veeboeren: zo staat er op een bronzen bord aan de gevel. Een soort boerenleenbank waar de dollars van de ranchers veilig opgeborgen waren. Dus niet!
In 1933 kwam het illustere gangsterpaar Bonnie en Clyde, met hun stenguns langs. Niet veel later ging de bank failliet.

Voor een Amsterdamse reiziger, vers van de veeveiling een kleine genoegdoening.

Advertenties

Ten westen van de Pecos River

Het is een levende nachtmerrie. Rij je midden in een van god-en-alleman verlaten West_texas, met links de woeste uitlopers van Mount Davids en rechts slingert ergens de Rio Grande. Je hebt het gevoel dat je in een docu van National Geographic bent belandt. De  highway 90 south, ook wel de Texas Mountain Trail, is de volkomen verlatenheid en het ontbreken van menselijke aanwezigheid één grote kick. En dan gebeurt er iets onverwachts! Passeer je opeens, midden in die wilde en ongerepte natuur  een eenzaam winkeltje van Prada: dat kakkineuze, snobistische en peperdure Parijse modehuis. Je verstand staat even stil.
Hevig verontrust dat de decadentie de prairie bereikt heeft wordt een noodstop gemaakt.Tot verbijstering liggen en staan in de etalage tasjes en schoenen van duizenden euro’s per stuk. Een dejávu dat om de hoek die vreselijke Jort Kelder staat ketst door mijn hoofd.  Goddank is Jort er niet. Wél een klein bordje met de tekst dat winkel, voorzien van kogelvrij glas een kunstobject is, geschonken door  een kunstenaarscollectief uit het naburige Marfa. Aan de kogelinslagen op het gebouwtje te zien zijn de locals geen echte kunstliefhebbers. Na de onverwachte kunstuitbarsting verder over de ‘90’.
Zes uur zuidelijker wacht het Big Band National Park waar alle cliché’s van toepassing  zijn. Met zijn woestijnen, prairies, canyons, droog gevallen rivieren, cactussen én gieren rustend op paaltjes, is de Big Band één groot decor voor een westernfilm. Het park ter grote van Nederland is het domein van coyotes, de golden eagle, poema, beren én de roadrunner. Ook werden er prehistorische fossielen van vliegende reptielen gevonden. Wij komen niet voor het beestenspul noch voor die versteende griezels maar voor Boquillas Canyon, hoog in de bergen.
Staand boven op de canyon, in een huilende wind, heb je het mooiste uitzicht op de Rio Grande wat niet meer dan een lullig stroompje blijkt te zijn. De rivier is tevens de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten. Van de Border Patrol, de gevreesde grenspolitie is op het eerste gezicht niets te zien noch te merken. Voor een modale Mexicaanse illegaal lijkt het een eitje om de grens over te wippen. Niet doen. Vanaf de top van de canyon zie je, in  de schaduw van de bomen met hun paarden vast gebonden, de jongens van de Border Patrol liggen wachten op hun prooi.
Het park wordt achter gelaten. De reis naar het zuiden gaat verder. Langs de Mexicaanse  border, dwars door de Chihuahua Desert op weg naar Langtry:  een vlooiepik op de landkaart. Langtry, een spookstadje. Amper honderd inwoners maar weer wél barstensvol met westerngeschiedenis want herbergt de saloon van de legendarische judge Roy Bean. Een wonder op zich dat het er nog staat in een land dat alles tegen de vlakte gooit wat niet meer rendabel is.
In de Jersey Lilly Saloon, gebouwd in 1880, werd niet alleen in gezopen maar ook rechtgesproken. De excentrieke Roy Bean, barkeeper en rechter, en altijd in gezelschap van een bruine beer genaamd Bruno, was ‘de wet’ ten westen van de Pecos River.
In de saloon waar je volgens een bordje aan de wand niet mocht schieten, hard praten en spugen hield de excentrieke Bean hof en veroordeelde de verdachte  steevast tot het betalen van een geldboete gelijk het bedrag wat hij in zijn zak had.
Het geld was uiteraard voor Bean zelf. In de spookachtige, lege, Spartaans ingerichte kroeg, waar de vloeren en muren kraken onder iedere stap gaat de verbeelding met je aan de haal. Bean, hoe dacht jij over dat Pradawinkeltje’, hoor ik mij zelf zeggen. Op een begraafplaats  in het verderop gelegen Del Rio ligt de judge in zijn graf te stuiteren.